|
Gepost op 25/03/2008
Onderstaande is een samenvatting van de scriptie die Mirjam van Zijl geschreven heeft. Deze scriptie is tot stand gekomen door het samenvatten van wetenschappelijk onderzoek.
Lees: EDS=HMS
Veel patiënten met het Ehlers-Danlos Syndroom (EDS) worden doorverwezen naar de fysiotherapeut. Voor een optimale behandeling is het belangrijk dat de therapeut op de hoogte is van een aantal aspecten van EDS, zodat hij rekening kan houden met uw persoonlijke belastbaarheid.
Ook voor uzelf is het belangrijk dat u er zich goed van bewust bent wat een goede behandeling bij fysiotherapie inhoudt. Als u als EDS-patiënt bij de fysiotherapeut komt is het belangrijk dat de therapeut met de volgende punten rekening houdt: 1. Doordat het bindweefsel bij EDS-patiënten van minder goede kwaliteit is, treden gemakkelijk blessures op en is de patiënt snel overbelast. De intensiteit van de behandeling zal dus zeer laag moeten liggen. 2. De na-reactie van een training wordt vaak later (zelfs tot 48 uur) pas gevoeld. Hierdoor moet de therapeut goed uitkijken met het geven van oefeningen. 3. Eds is een chronische ziekte. Daarom zal een behandeling lang duren: minimaal een aantal maanden, maar vaak ook jaren. Dit omdat de patiënt minder belastbaar is, maar ook om de specifieke problemen van de patiënt zo goed mogelijk te kunnen behandelen. 4. Tijdens de behandeling moet er goed opgelet worden dat er geen (sub)luxaties optreden. De oefeningen moeten dus altijd zodanig aangepast worden dat de patiënt deze veilig kan uitvoeren. 5. Tijdens het uitvoeren van de oefeningen mag de patiënt geen pijn hebben. Dit is een teken de oefening te zwaar is. Enige napijn is wel toegestaan, maar niet langer dan tot 2 dagen na de therapie. De napijn mag niet leiden tot extra uitval. 6. EDS-patiënten kunnen sneller en vaker moe zijn. Hier moet de therapeut goed rekening mee houden en hier ook zijn behandeling op aanpassen. 7. Het is wetenschappelijk aangetoond dat het houdingsgevoel, de propriocepsis, duidelijk minder is bij EDS-patiënten. Het is zeer belangrijk dat deze geoefend wordt. 8. Tijdens de therapie is het zeer belangrijk dat de patiënt niet zijn gewrichten overstrekt (niet in uiterste standen). Hierdoor ontstaat er schade aan het kapsel van het gewricht wat tot pijnklachten kan leiden. De fysiotherapeut moet dus goed rekening houden met uw persoonlijke situatie en met uw persoonlijke grenzen aangezien iedere patiënt anders is. Als een oefening u pijn geeft of te zwaar is voor u, is het belangrijk dat de oefening wordt aangepast, of een andere oefening wordt gekozen.Ook is het belangrijk dat u iets aan het oefenen bent waar u zelf achter staat en wat u zelf graag wilt verbeteren. Naast het actief oefenen van bijvoorbeeld de coördinatie of het houdingsgevoel speelt de fysiotherapeut de rol van coach in het geven van adviezen die kunnen leiden tot minder pijn en minder vermoeidheid. De ziekte zal immers nooit overgaan, dus spelen adviezen in de omgang met de symptomen een grote rol. • Het is belangrijk dat de patiënt voorlichting krijgt over de functie van spieren en gewrichtenen vervolgens inzicht krijgt in de aandoening.
• De therapeut bespreekt met de patiënt het belang van gewrichtsbeschermende maatregelen. Het is van groot belang dat de patiënt probeert in het dagelijks leven zijn gewrichten niet te overstrekken en overbelasten. Hiermee voorkomt hij verdere klachten, vermindert hij pijn en spaart hij energie. Door herhaaldelijk eindstandige bewegingen is er een kans dat de patiënt chronische 'traumatische' artritis ontwikkelt. Voor specifieke oefentherapie rondom gewrichtsbeschermende maatregelen kan de patiënt doorverwezen worden naar een ergotherapeut. • Als de therapeut er zeker van is dat reuma bij de patiënt is uitgesloten, is het belangrijk om te bespreken dat de patiënt dit niet heeft. • De therapeut geeft adviezen over een goede houding waarbij de gewrichten niet overstrekt worden en de patiënt niet 'hangt' in zijn banden. •Ook over de levensstijl van de patiënt kan de therapeut adviezen uitbrengen: -Extreme sporten zijn voor patiënten met EDS onverstandig om te beoefenen. - Het is belangrijk dat de patiënt zich bewust wordt van zijn persoonlijke grenzen. Het achterhalen van activiteiten die de pijn verergeren zijn belangrijk in het reduceren van de pijn en het verminderen van klachten. - In het werk en overige activiteiten dient de patiënt repeterende bewegingen te voorkomen. Dit is belangrijk omdat zijn gewrichten anders snel overbelast zullen raken. - Daarnaast kunnen patiënten geholpen zijn bij een goede weekindeling, om zo hun belasting en belastbaarheid in evenwicht te houden. Het regelmatig nemen van beweging binnen de beperkingen is zeer belangrijk voor het onderhouden van de conditie. - De therapeut kan het advies uitbrengen dat de patiënt elke handeling als een oefening ziet. Niet alleen de therapie zal wellicht klachtenverminderend werken, maar met name het toepassen in het dagelijks leven kan voor de patiënt een grote rol spelen in het reduceren van de klachten. • Het gebruik van hulpmiddelen kan besproken worden, zoals verdikkingen op een pen/potlood, een traagschuim matras, een zadelkruk voor gebruik tijdens staande activiteiten, een fiets met een motor of een rolstoel. Elleboogkrukken zijn, over het algemeen, geen goede oplossing om de onderste extremiteit te ontlasten, omdat dit kan zorgen voor een overbelasting van de gewrichten van de bovenste extremiteit. • Ten slotte kan de therapeut advies uitbrengen over het gebruik van orthesen en braces. Hierbij is het belangrijk dat de orthese/brace alleen wordt gebruikt als hiermee het hypermobiliteitsprobleem niet verschuift naar een aangrenzend gewricht. Binnen de fysiotherapie zijn er tenslotte een aantal interventies waar de therapeut voorzichtig mee moet zijn bij de behandeling van EDS-patiënten. Dit zijn de volgende: 1. Als gevolg van de hypermobiliteit van het bindweefsel en daarmee de gewrichten kan het voorkomen dat er een gewricht blokkeert. Manuele therapie (kraken) ligt hier voor de hand om de blokkade weer op te heffen. Toch moet hier heel voorzichtig mee worden omgegaan, aangezien door het manipuleren het gewricht even snel in zijn eindstand wordt gebracht, waardoor het kapsel nog meer uitrekt. Als bij een grote blokkade toch manuele therapie geboden is, is het zeer belangrijk dat de therapeut de blokkade heel voorzichtig probeert op te heffen. Er mag niet te veel kracht gebruikt worden en de gebieden die niet behandeld worden moeten ondersteund worden, bijvoorbeeld met kussentjes. 2. Het trainen van de spierkracht is een logische interventie binnen de fysiotherapie. Toch moet ook hier voorzichtig mee worden omgegaan. Het weefsel van de patiënt is al van slechte kwaliteit en met name het trainen van de spierkracht met weerstand is schadelijk voor zowel pezen, spieren als gewrichten. Als er op kracht wordt getraind, dient een lage belasting te worden aangehouden en een zeer voorzichtig verloop. 3. Als laatst zijn diepte massage en het rekken van de spieren interventies die meer kwaad dan goed kunnen doen bij patiënten met EDS. Dit omdat er dan teveel rek of druk wordt gezet op het kwetsbare bindweefsel.
Mirjam van Zijl Fysiotherapeute
Rotterdam
|